In de miljoenennota van 2014 is aandacht voor de ZZP’ers. Het kabinet gaat een breed, interdepartementaal onderzoek naar de ZZP’er laten uitvoeren. Dit onderzoek moet medio december gereed zijn.

 

Welke invloed heeft de groei van het aantal ZZP’ers op de welvaart, economische groei, de financiering van sociale voorzieningen en pensioenen? Vraagstukken waar dit onderzoek antwoord op dient te geven. Ook zal er onderzocht worden naar de drijfveren achter de groei van de ZZP’ers. Hier is onvoldoende duidelijkheid over.
Het onderzoek dient beleidsopties te inventariseren om hiermee een publieke discussie te kunnen voeren over de positie van de ZZP’er en de behandeling van deze groep ondernemers.

 

Het kabinet wil schijnzelfstandigheid en schijnconstructies blijven bestrijden. In de miljoenennota wordt niet duidelijk hoe het kabinet dit wil bewerkstelligen en wat de status van de VAR Webmodule is. Hiermee blijft helaas onduidelijk wat de aanpak van het kabinet is om de schijnzelfstandigheid te bestrijden en blijft er onzekerheid bestaan over de VAR voor zowel de ZZP’er als de opdrachtgevers welke veel gebruik maken van de diensten van ZZP’ers.

 

Uit de miljoenennota blijkt verder dat het kabinet zich zorgen maakt over de toename van het aantal ZZP’ers omdat hiermee de financiering van een aantal sociale voorzieningen onder druk komt te staan. De ZZP’ers leveren geen directe bijdrage in de vorm van afdracht van premies maar maken in specifieke gevallen wel gebruik van de beschikbare voorzieningen waardoor er een onbalans dreigt te ontstaan. Daarnaast geeft het kabinet aan dat er een groot verschil is tussen de belastingdruk op de winst van een zelfstandig ondernemer en een werknemer in loondienst. Het kabinet stelt dat de groei van het aantal Zelfstandigen de welvaartstaat onder druk zetten. onderzoek zal moeten uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is of dat het ondernemerschap dusdanig veel bijdraagt in de vorm van economische groei en minder gebruik van WW voorzieningen dat deze voordelen de nadelen opheffen.